Geschiedenis van de sociologie:

 

De geschiedenis van de sociologie is begonnen in de Verlichting, waarin na de Franse Revolutie de sociologie werd voorgesteld als een positivistische wetenschap van de maatschappij. Haar ontstaansgeschiedenis is beïnvloed door verschillende stromingen in de wetenschapsfilosofie en de kennisfilosofie. De sociale analyse in een bredere zin heeft echter zijn oorsprong in de sociale filosofie, en is dan ook van veel vroegere datum. De moderne academische sociologie is ontstaan als een reactie op de modernisering, het kapitalisme, urbanisatie, rationalisatie en secularisatie; meer specifiek de opkomst van de moderne natiestaat, zijn sociale instituties, het proces van socialisatie, en de middelen van toezicht. De focus op het concept van de modernisering, in plaats van de Verlichting, onderscheidt het sociologische discours van dat van de klassieke politieke filosofie

Binnen een relatief korte tijdsperiode is de discipline sterk uitgebreid en gediversifieerd, zowel thematisch als methodologisch, met name als gevolg van de vele reacties tegen empirisme. Eén van de historische sleutelproblemen van de sociologie is het debat over de relatie tussen structuur en handelen, in het Engels structure and agency. Hedendaagse sociale theorie is er meer naar geneigd te pogen om deze dilemma's met elkaar te verzoenen. Met de komst van het postmodernisme is er een toename van zeer geabstraheerde theorieën gezien, en daarnaast zijn nieuwe kwantitatieve methoden voor gegevensverzameling naar voren gekomen, die dienst kunnen doen als gemeenschappelijke instrumenten voor overheden, bedrijven en organisaties.

 

 

Sociaal-wetenschappelijk onderzoek is voortgekomen uit de sociologie maar heeft inmiddels een zekere mate van autonomie verworven, daar beoefenaars van andere disciplines zich daar ook in verdiepen. Het begrip sociale wetenschap is opgekomen als overkoepelende term voor de verschillende disciplines, die de maatschappij of de menselijke cultuur bestuderen.